Voor sommige kinderen is leren spellen een moeizaam proces. Het kost moeite om de regels te leren en dan zijn er nog al die uitzonderingen, je moet bij het schrijven van een woord aan zoveel dingen denken. Vijf tips om zwakke spellers te helpen.

 

1. Oefen op het goede niveau

Zwakke spellers hebben meer oefening nodig, maar dan wel op hun eigen niveau. Met rekenen ga je niet oefenen met sommen tot duizend als je nog moeite hebt met sommen tot tien. Met spelling zou je niet moeten oefenen met woorden als cirkel of  als je nog moeite hebt met sneeuw. Eerst de basisspelling goed, dan de ‘moeilijke’ woorden aanpakken.

Weet je niet goed wat het spellingniveau van je kind is, dan vind je op site van de Rendierhof - oefendictees. Kies voor zinnen, lees een zin voor en laat je kind de zin schrijven. Zo krijg je een idee van wat voor soort fouten je kind maakt en kan je bedenken op welk niveau je moet beginnen met oefenen.

 

2. Een gestructureerde aanpak

Zwakke spellers hebben baat bij een gestructureerde aanpak zoals die ook gebruikt wordt in spellingsmethoden. Wat houdt dat in? Leren spellen begint in groep 3 met woorden die je schrijft zoals je ze hoort, zoals bos en droom. Dan leer je de vast stukjes, zoals in mooi en school. Daarna komen er regels bij, zoals de eind -d of -t in hond en kat en weetwoorden zoals in ei en ijs. Uiteindelijk komen er in groep 7 en 8 steeds meer leenwoorden bij, woorden afkomstig uit een andere taal, waarvan je de spelling uit je hoofd moet leren omdat ze de Nederlandse spellingsregels niet volgen.

Op Meester Klaas oefendictee kan de categorieën van heel veel spellingmethoden bekijken. Kies de methode waaruit je kind werkt en de goede groep en je krijgt een lijst met categorieën en voorbeeldwoorden om mee te oefenen. Zit je kind in groep 4, maar heeft het nog veel moeite met spelling? Begin dan met woorden van groep 3.

 

5 tips voor zwakke spellers

 

 

3. Herhaling

Om de spellingregels en de weetwoorden zo goed in je geheugen te krijgen dat je ze min of meer automatisch goed schrijft, is herhaling nodig. Voor zwakke spellers is dat nog belangrijker. Laat spellingcategorieën dus regelmatig terugkomen.

Spellingsprint is een methode die ik zelf graag gebruik met zwakke spellers uit groep 3 tot en met 6. Spellingsprint kan naast elke schoolmethode gebruikt worden. Het fijne aan Spellingsprint is dat het uitgaat van vaak, maar kort, oefenen en dat er veel herhaling is ingebouwd. Daar hoef je zelf dan minder op te letten.

 

4. De beste manier om weetwoorden oefenen

Weetwoorden (met stukken die je moet leren, zoals bedreigen) oefen je het best via Bekijken, Lezen, Omdraaien, Opschrijven en Nakijken. Dat kan op de site van BLOON waar je het woord typt, maar zelf laat ik kinderen liever schrijven. Dat kan met papieren flistskaartjes, maar je kan ook Quizlet gebruiken voor het oefenen.

 

5. De beste manier om andere woorden te oefenen

Bespreek altijd eerst de regel(s) die je gaat oefenen met een voorbeeld. Is een regel nieuw, oefen hem dan eerst apart. Daarna kan je twee of drie regels door elkaar oefenen.
Lees het woord voor, laat het kind de goede regel aanwijzen, dan het woord schrijven en controleren.

 

6. Bonus tip: Lees wat je geschreven hebt

Veel zwakke spellers zijn zo blij dat ze klaar zijn met het schrijven van een woord, dat ze niet meer kijken wat ze geschreven hebben. Toch is dat een gewoonte die ze erg kan helpen.
Als je bommen schrijft als bomen en het nog even terugleest, is er best een kans dat je ziet wat je fout gedaan hebt. Lezen is namelijk makkelijker dan spellen. Ook vergeten letters worden zo vaak gevonden.

Posted in Spelling.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *