De opgaven bij rekenen zijn te verdelen in twee soorten sommen. Aan de ene kant kale sommen zoals 5 + 5 = 10 of 64 : 8 = 8. Aan de andere kant heb je de redactiesommen of verhaaltjessommen, waar je zelf de som moet vinden die je moet uitrekenen. Niet voor alle kinderen is het meteen duidelijk wat ze moeten uitreken, hoe pak je dat aan?

De som zit verstopt

Bij verhaaltjessommen zit de som verstopt in een verhaaltje. De eerste stap is dus de som vinden die je moet uitrekenen. Een som bestaat uit twee dingen:

  1. De getallen die bij de som horen
  2. Wat je met getallen moet doen (plus, min, keer, gedeeld door of een combinatie ervan)

De getallen die bij de som horen kunnen de meeste kinderen wel vinden, het moeilijke stukje is bedenken wat je met de getallen moet doen.

Hoe oefen je redactiesommen?

Wat moet ik met de getallen doen?

Eerst lees je de som rustig. Bedenk of je begrijpt wat er gevraagd wordt, kan je dat uitleggen? Of er misschien een tekening bij maken?

Een voorbeeld. Mark koopt 2 ijsjes van 2,50 Euro per stuk en een lolly van 1,25 Euro. Hoeveel moet hij betalen?
In eigen woorden: wat kosten 2 ijsjes en 1 lolly samen?

Een tekening: 

Natuurlijk hoeft een tekening bij de som niet mooi te zijn, het is alleen een hulpmiddel om je te laten nadenken over de som.

Eerste bedenken wat je moet doen

Zie je dat in de voorbeelden hierboven de getallen helemaal niet genoemd worden? Eerst bedenk je wat je moet doen, in dit geval optellen. Dan haal je de getallen er pas weer bij.
Zo krijg je 2,50 + 2,50 + 1,25 = 6,25 Euro.

Kinderen die te snel willen en zich vooral op de getallen richten, kunnen bij deze som bijvoorbeeld 2,50 + 1,25 = 3,75 Euro uitrekenen.
En bij deze som: Mark heeft 10 knikkers, hij verliest er 5, maar wint er daarna nog 7, kunnen ze gaan uitrekenen wat 10 + 5 + 7 is.

Dus eerst bedenken wat je precies moet uitrekenen en dan pas de getallen er bij halen.

Nog een valkuil

Een ander probleem is dat een som soms uit 2 delen bestaat. De som over de ijsjes en de lolly wordt dan bijvoorbeeld: Mark koopt 2 ijsjes van 2,50 Euro per stuk en 1 lolly van 1,25 Euro. Hij betaald met 10 Euro, hoeveel krijgt hij terug?

Je bedenkt wat je moet doen: hoeveel kosten 2 ijsjes en 1 lolly samen en hoeveel wisselgeld krijg je dan?
Dan begin je met rekenen: 2,50 + 2,50 + 1,25 = 6,25 Euro en geeft 6,25 Euro als antwoord. Je vergeet helemaal dat de vraag was hoeveel krijgt Mark terug. Kijk dus altijd even terug naar de vraag als je klaar bent met rekenen.
In dit geval zie je dat je het wisselgeld moet berekenen. Dus nog een som: 10,00 – 6,25 = 3,75 Euro. En dat is pas het antwoord.

Wat betekent dat voor het oefenen?

Voor kinderen die moeite hebben met redactiesommen is het nuttig om niet alleen sommen te maken, maar er ook over te praten. Ga dus samen aan de slag. Op de site redactiesomme.nl kan je werkbladen printen met voorbeeldsommen.
Doe eerst een paar sommen voor. Lees de som voor, geef in je eigen woorden weer wat er gevraagd wordt, maak er eventueel een tekening bij, schrijf de som op de erbij hoort en reken hem uit.
Nu ga je samen verder. Laat je kind eerst alleen de laatste stap zelf doen: het uitrekenen van de som. Daarna laat je hem ook de getallen zoeken die bij de som horen.

Gaat het goed? Dan is het nu tijd om te oefenen met het zelf bedenken wat je moet uitrekenen. Is een som moeilijk? Help je kind er bij door voor te stellen een tekening bij de som te maken, of door gerichte vragen te stellen (Hoe weet je nou hoeveel je moet betalen? Wat kocht Mark allemaal? Hoe weet je hoeveel wisselgeld je krijgt?).
Is je kind geen snelle rekenaar? Laat hem dan de som opschrijven en dan reken jij hem uit. Zo kunnen je meer oefenen met de moeilijke stap: bedenken van je nu precies moet uitrekenen.

Een stappenplan

Het uitrekenen van een verhaaltjessom doe je in stappen:

  1. Lees de som rustig door. Snap je wat er staat? Ga dan verder. Lees de som anders nog een keer opnieuw.
  2. Wat wordt er precies gevraagd? Leg het in je eigen woorden uit en/of maak er een tekening bij.
  3. Wat voor soort som is het? Plus, min, keer, gedeeld door of een combinatie daarvan?
  4. Zoek de juiste getallen bij de som en schrijf de som op.
  5. Reken de som uit.
  6. Kijk nog even terug naar de vraag, heb je al het antwoord wat gevraagd wordt? Ja, dan schrijf je het antwoord op. Nee, bedenk wat je nog moet uitrekenen en herhaal stap 3 t/m 6.

Een andere manier van oefenen

Ter afwisseling kan je ook je kind zelf een verhaal bij een som laten bedenken. Geef een som bijvoorbeeld 10,00 + 15,00 + 5,00 = .. Euro. En geef een woord dat in de som voor moet komen, bijvoorbeeld verjaardag. Laat je kind nu een som verzinnen.

Dat zou bijvoorbeeld kunnen zijn: Ik krijg voor mijn verjaardag 10,00 Euro van mijn ene opa en oma, 15,00 Euro van mij andere opa en oma en 5,00 Euro van mijn buurvrouw. Hoeveel is dat samen?
Maar ook: Op Marks verjaardag eten ze patat, hamburgers en kroketten. De patat kost 10,00 Euro, de hamburgers 15,00 Euro en de kroketten 5,00 Euro. Hoeveel moeten ze betalen?

Natuurlijk kan je ook de rollen omdraaien. Je kind geeft een som en een woord en jij verzint een verhaal. Klopt het verhaal dat jij verzonnen hebt?

Begin makkelijk

Als een kind moeite heeft met redactiesommen, begin dan makkelijk. Start met sommen waarvan het rekenwerk makkelijk te doen is voor je kind en let op dat de sommen maar een rekenstap bevatten.
Is het lastig om te bedenken of het gaat om plus, min, keer of gedeeld door? Oefen dan eerst plus en minsommen los en daarna keer en gedeeld door. Lukt het zo, oefen dan pas alles door elkaar.

Posted in Rekenen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *