Veel kinderen vinden begrijpend lezen moeilijk. Maar zoals kinderen verschillen, verschillen ook de oorzaken voor de moeite met begrijpend lezen per kind. Maak samen de vragen bij een tekst en praat over hoe je aan de antwoorden komt, of waarom een kind het antwoord niet goed weet. Dat geeft je inzicht in hoe het kind denkt en dus ook meer inzicht in wat hij of zij nou precies moeilijk vindt.

Een aantal oorzaken:

  • Moeite met lezen
  • Een kleine woordenschat
  • Beperkte algemene kennis
  • Oppervlakkige lezer
  • Niet genoeg kennis van specifieke begrippen gebruikt bij begrijpend lezen
  • Overschatting eigen geheugen
  • Hoofdzaken/bijzaken onderscheiden is moeilijk
  • Tussen de regels door lezen is moeilijk

Moeite met lezen

Als het ontcijferen van woorden nog veel moeite kost, blijft er nog maar weinig aandacht over voor het begrijpen van de tekst. Ook als er door problemen met lezen veel leesfouten worden gemaakt, wordt het moeilijk om een tekst te begrijpen. 
Als een kind vragen bij een tekst veel beter beantwoordt als je de tekst en vragen mondeling bespreekt, dan als hij het lezend doet, is dat een duidelijk signaal dat het lezen een belemmering vormt. 

Oefen begrijpend lezen eerst mondeling, blijf oefenen met lezen en laat je kind door voorlezen ook kennismaken met moeilijkere teksten (verhalende en informatieboeken).

Een kleine woordenschat

Als er teveel woorden in een tekst staan die je niet kent, wordt het heel moeilijk om de algemene strekking van een tekst te kunnen volgen. Onbegrepen woorden in de vraag of het antwoord, maken het bijna onmogelijk het goed antwoord te kiezen. 
Kinderen geven lang niet altijd zelf aan dat ze woorden niet kennen. Heeft een kind moeite met een vraag bij de tekst, denk dan na over de woorden die belangrijk zijn om de vraag goed te kunnen beantwoorden en vraag of het kind ze kent. Zo kom je er achter of een gebrek aan woordenschat meespeelt bij de moeite met begrijpend lezen.

Lezen is voor oudere kinderen een van de belangrijkste manieren op nieuwe woorden te leren, dus moedig lezen zoveel mogelijk aan. Luisterboeken en voorlezen zijn alternatieven voor lezen, je komt nog steeds in aanraking met een heleboel nieuwe woorden. Daarnaast kan je natuurlijk gericht oefenen met woordenschat, zie Woorden kiezen om mee aan de slag te gaan.

Beperkte algemene kennis

Gaat een tekst over woestijnvolken en weet je nauwelijks iets over woestijnen, dan is het moeilijk om de tekst te begrijpen. Je mist veel achtergrond die je kunt gebruiken bij het begrijpen van de tekst en het beantwoorden van vragen.
Als je uitlegt hoe je aan de hand van wat je al weet, het goede antwoord op een vraag zou kunnen weten en een kind vind het helemaal niet zo voor de hand liggend, mist het waarschijnlijk algemene kennis.

Klokhuis, Jeugdjournaal, informatieboeken, de Kidsweek, museumbezoek; allemaal manieren om meer algemene kennis op te doen. Het ene kind is breder geïnteresseerd dan het andere, maar bijna allemaal hebben ze wel onderwerpen waar ze meer over zouden willen weten. Moedig dat aan.

Oppervlakkige lezer

Sommige kinderen lezen wel, maar besteden maar weinig aandacht aan wat ze lezen. Als ze bijvoorbeeld ‘Pap neemt een hap van de poes’ lezen, reageren ze helemaal niet op de onlogische zin. Als je bij leesfouten en woorden die je niet kent stug doorleest, weet je aan het eind niet goed wat je nu eigenlijk gelezen hebt.
Bij het voorlezen van een stuk herken je oppervlakkige lezers vaak wel, ze reageren niet op hun eigen fouten en ze zullen niet gauw vragen wat een moeilijk woord in de tekst betekent.

Lees zelf eens een tekst voor en maak gekke fouten en laat het kind proberen jouw fouten te ontdekken door goed te luisteren. Of verander een paar woorden in een tekst, laat het kind de tekst lezen en laat hem proberen de fouten te vinden. Zo oefen je het bewust nadenken over wat je hoort/leest.

Niet genoeg kennis van specifieke begrippen gebruikt bij begrijpend lezen

Vragen bij begrijpend lezen teksten bevatten woorden als alinea, tussenkopje, illustratie, hoofdgedachte, etc. Als je niet goed weet wat zulke begrippen inhouden, wordt het moeilijk de vragen goed te beantwoorden.

Als een kind deze begrippen niet goed beheerst, besteed hier dan aandacht aan. Het liefst door uitleggen wat iets inhoudt en dan er meteen samen mee oefenen.

Overschatting eigen geheugen

Veel kinderen overschatten hun eigen geheugen. Ze lezen een vraag, denken het antwoord wel te weten en checken niet meer in de tekst of ze het goed hebben. Vooral kinderen die niet van lezen houden en zwakke lezers zijn hier gevoelig voor.

Een manier om een kind bewust te maken van hoe makkelijk je fouten maakt, is er een spelletje van maken. Lees samen een stuk tekst en stel vragen over feitjes uit de tekst met als inzet jelly-beans of iets dergelijks. Na een paar fouten, gaan ze vanzelf wel terugzoeken.
Werk aan strategieën om feiten snel terug te zoeken; gebruik maken van tussenkopjes, zoeken naar steekwoorden, bedenken of je er iets aan begin of aan het eind van de tekst over gelezen hebt.

Het verschil tussen goede en bijna goede antwoorden zien is moeilijk

Bij meerkeuze vragen worden vaak meerdere antwoorden gegeven die waar zijn, maar waarvan er een het beste is bij de vraag. Sommige kinderen hebben daar moeite mee. Ze zien een antwoord wat klopt en gaan er meteen van uit dat dan wel het goede antwoord is.

Alle antwoorden lezen, helpt om hier minder fouten mee te maken. Een andere manier van oefenen is kinderen zelf dit soort antwoorden te laten verzinnen op vragen. Bijvoorbeeld op de vraag ‘Wat heb je in de vakantie gedaan?’. Hoe nauwkeurig het antwoord, hoe beter.
Ook moet een antwoord goed bij de vraag passen, dus als je vraagt van welke sport iemand houdt, is toneelspelen geen goed antwoord. Ook niet als iemand van toneelspelen houdt. Een volgende stap is zelf antwoorden verzinnen bij een vraag over een tekst.

Hoofdzaken/bijzaken onderscheiden is moeilijk

Hoofdzaken en bijzaken onderscheiden is lastig voor veel kinderen. Hiervoor moet je de tekst als geheel overzien. Pas als je door hebt wat het onderwerp van een tekst is en wat de boodschap ongeveer is, kan je beslissen wat de belangrijkste informatie uit de tekst is en wat bijzaak is. Vragen over wat het onderwerp, de hoofdgedachte of boodschap van een tekst zijn dan moeilijk.

Oefen door bij een tekst meerdere onderwerpen te opperen en samen te discussiëren over wat nou het beste past. Daarna ga je verder en praat je over wat dan belangrijk is uit de tekst en wat eigenlijk niet belangrijk is.
Zelf vind ik het maken van een woordweb of mindmap hiervoor een fijne manier van werken. Als laatste kan je dan de hoofdgedachte van een tekst bepalen. Ook dan is het handig om meerder opties te definiëren en te praten over welke het beste is.

Tussen de regels door lezen is moeilijk

Sommige kinderen geven foutloos antwoord op opzoekvragen, maar hebben veel meer moeite met vragen waarbij ze zelf een denkstap moeten uitvoeren.

Samen oefenen met doordenk-vragen, waarbij je uitlegt hoe jij denkt, kan helpen. Een volgende stap is door vragen een kind naar het goede antwoord leiden. Ook kan je vragen stellen als ‘Aan welke woorden kan je zien dat ….’. Een andere manier van oefen in het maken van logische denkstappen is een verhaal bij een foto verzinnen; wat zie je, wat kan er gebeurt zijn, waarom denk je dat?

 

 

 

 

 

Posted in Begrijpend lezen.

4 Comments

  1. Denk dat mijn zoon van negen hier ook problemen mee heeft;wat zich ook uit in rekenen..(En zijn gedrag in de klas)…….Dit soort heldere
    uitleg en handvatten verwachte ik van de school…..Gelukkig ving ik het hier,hopelijk kan ik hem nog helpen……

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *