Een zin langer maken, een zin afmaken, een voorbeeld geven; allemaal situaties waarbij je zelf de inhoud van het antwoord moet verzinnen. Sommige kinderen hebben hier veel moeite mee. Ze lopen vast op dit soort vragen; ze staren minuten lang naar de vraag, vullen uiteindelijk niks in, of geven een half antwoord. Hoe kan je dit oefenen?

Voorbeelden van vragen waarbij eigen inbreng nodig is:

  • Maak de zin af. Jonathan had veel zin in de vakantie want …
  • Wat zou jij kopen als je duizend Euro won?
  • De poes ligt te slapen. Maak de zin langer, vertel waar de poes slaapt.
  • Schrijf een verhaal over …

Zelf een antwoord verzinnen - oefeningen voor kinderen die dat moeilijk vinden

Onzeker

Op een vraag als “De poes ligt te slapen. Maak de zin langer, vertel waar de poes slaapt.” is geen vast antwoord. Er zijn heel veel goede antwoorden. De poes ligt te slapen op de bank. De poes ligt te slapen onder de kast. De poes ligt te slapen op mijn nieuwe trui. Het zijn allemaal goede antwoorden. Sommige kinderen worden hier heel onzeker van, is hun antwoord wel goed genoeg?

Oefen het verzinnen van antwoorden. Bijvoorbeeld door bij een foto te laten verzinnen wat er aan de hand zou kunnen zijn. Gebruik de Kidsweek of googel op “photo prompt” om een paar leuke foto’s te vinden. Benadruk dat goed of fout doet er niet toe doet, het gaat erom dat je bedenkt wat er aan de hand zou kunnen zijn.
Ook leuk, woordkaartjes trekken en daar een zin mee maken. Bijvoorbeeld olifant, muis, ijsje. De muis pikt het ijsje van de olifant. Hoe gekker de zin, hoe leuker.

Het beste antwoord

Sommige kinderen willen zo graag het beste antwoord geven dat ze kunnen verzinnen, dat ze heel lang over een vraag gaan nadenken. Over een vraag als “Wat zou jij kopen als je duizend Euro won?” denken ze diep na. Alsof ze het geld echt in hun handen hebben en het ook echt mogen uitgeven.

Oefen met het snel verzinnen van meerdere antwoorden en maak er een spel van. Maak een aantal vragenkaartjes, trek een kaartje en geef in een minuut zoveel mogelijk logische antwoorden. Elk logisch antwoord levert een punt op. Je kunt de antwoorden mondeling geven (makkelijk) of opschrijven (moeilijker).

Hoe spel je dat?

Wat nou als je bedenkt dat je lievelingsdier een hyena is, maar je niet goed weet hoe je hyena schrijft? Het gebeurt dat kinderen hier op vast lopen. Ze hebben een antwoord verzonnen, zijn onzeker over hoe je het schrijft en stoppen dan.

Benadruk dat als je niet met spelling bezig bent, het belangrijkste is dat je begrijpt wat iemand bedoelt, niet dat het foutloos geschreven is. Zeker niet als het een moeilijk woord is. Maak er een spelletje van en laat kinderen moeilijke woorden opschrijven (lettend op hoe het klinkt), kijk daarna of je het woord begrijpt. Een kind moet door krijgen dat je kompjoeter ook begrijpt, zelfs als het niet als computer geschreven is.

Moeite met woordenschat

Kinderen lopen ook wel eens vast omdat ze het goede woord niet weten voor het antwoord dat ze verzonnen hebben. Stel dat je op de vraag wat is je lievelingsbloem, krokus als antwoord wil geven, maar het woord krokus niet kent. Dan kan je natuurlijk gewoon tulp opschrijven, als je die bloem wel kent, maar voor niet iedereen voelt dat goed.

Een andere optie is het woord omschrijven. Dan wordt krokus bijvoorbeeld klein paars bloemetje, lijkt op een tulp. En een olifant een heel groot grijs dier uit Afrika. Ook dit kun je oefenen door er een spelletje van te maken. De een neemt een woord in zijn hoofd en omschrijft het, de ander moet het raden. Werk met categorieën om het iets makkelijker te maken, bv. een huisdier, iets in deze kamer, iets wat je kan eten, etc.

Een heel verhaal

Er zijn kinderen die het verzinnen van een heel verhaal moeilijk vinden. Er is zoveel wat je moet bedenken en je hebt zoveel keuzes, waar begin je, wat kies je, wat als je straks nog iets leukers weet? Lopen kinderen vast op een opdracht als schrijf een spannend verhaal, geef ze dan houvast.

Geef ze bijvoorbeeld een foto als startpunt van het verhaal, googel op “photo prompt” en je komt genoeg bruikbare foto’s tegen.
Een andere optie: gooi een verhaal. Maak een overzicht met 6 opties voor de hoofdpersoon, de plaats en de situatie. Ook hiervan zijn genoeg voorbeelden te vinden op internet. Laat het kind met een dobbelsteen gooien om de basis voor het verhaal vast te leggen. Met een hoofdpersoon, plaats en situatie die al bepaald zijn, heeft een kind houvast bij het schrijven van zijn verhaal.

 

 

Posted in Taal.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *